Ik wilde net in de auto stappen, toen ik iets glimmends zag. Het was een spijker die diep in mijn achterband zat. Ik luisterde of ik lucht hoorde ontsnappen, maar gelukkig zat het gat dicht, voorlopig tenminste.

Toen ik naar de garage reed, dacht ik: Hoe lang zit die spijker er eigenlijk al? Dagen? Weken? Hoe lang ben ik beschermd tegen iets waar ik niet eens iets van wist?

Soms hebben we de illusie dat je alles in de hand hebt. Die spijker herinnerde me eraan dat dat zeker niet het geval is.

Maar wanneer het leven je uit de handen glipt en wiebelt, dan heb je een God van wie we op aan kunnen. In Psalm 18 looft David God omdat Hij over hem waakt (vs. 36). David belijdt: ‘De God die mij met kracht omgordt (. . .) baande de weg voor mijn voeten, ik wankelde niet’ (vs. 33, 37). In dit loflied bezingt David Gods nabijheid die je overeind houdt (vs. 36).

Persoonlijk marcheer ik niet de strijd in zoals David. Ik doe mijn uiterste best om onnodige risico’s te vermijden. Toch is mijn leven vaak chaotisch.

Maar ik vind rust in de wetenschap dat God weliswaar niet beloofd heeft ons tegen alle moeiten van dit leven te beschermen, maar wel altijd weet waar ik ben. Hij weet waar ik heenga en wat ik zal tegenkomen. En Hij is de Heer van alles, zelfs van de ‘spijkers’ in ons leven.