Een keer met Kerst gaf mijn grootmoeder mij een prachtige paarlen ketting. De kralen stonden prachtig om mijn hals, dat wil zeggen tot de ketting op een dag brak. Kleine balletjes sprongen alle kanten op, op onze hardhouten vloer. Ik kroop over de plank en wist elke parel weer te vinden. In zijn eentje stelde een parel niet veel voor, maar als ze tezamen aan een ketting zaten was het een prachtig gezicht!

Soms lijkt mijn ‘ja’ tegen God zo onbetekenend, net als een enkele losse parel. Ik vergelijk me wel met Maria, de moeder van Jezus, die als moeder zo geweldig gehoorzaam was. Ze zei ja toen ze Gods roep gehoorzaamde om de Messias te dragen. ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd,’ zei ze tegen de engel. Begreep ze wat er allemaal van haar gevraagd zou worden? Dat een nog groter ‘ja’ om haar zoon af te staan aan het kruis in het verschiet lag?

Na het bezoek van de engelen en de herders, lees je dat ‘Maria al deze woorden in haar hart bewaarde en erover na bleef denken’ (Luc. 2:19). Zo zijn deze woorden als een kostbare ketting die ze om haar hals droeg. Verderop in het hoofdstuk staat zoiets nog een keer (vs. 51). Maria heeft heel wat keren ‘ja’ gezegd in haar leven.

Net als bij Maria is de sleutel tot onze gehoorzaamheid misschien wel gelegen in een reeks ja’s op de uitnodigingen van onze Vader die Hij een voor een doet, tot ze een ketting vormen die een ware schat is van een gehoorzaam leven.