Aangevuurd door mijn kinderen om te laten zien dat ik ooit jaren geleden piano had leren spelen, waagde ik me weer eens aan toonladder, de C majeur in dit geval. Hoewel ik al bijna twintig jaar nauwelijks een toets had aangeraakt, verraste het me dat ik het nog precies wist. Iets moediger nu speelde ik zeven verschillende toonladders achter elkaar. Het was een schok. Jaren van oefenen hadden de noten en de techniek zo diep in het ‘geheugen’ van mijn vingers gedrukt, dat ik meteen weer wist hoe het moest.

Er zijn dingen die je gewoon niet lijkt te kunnen vergeten. Maar Gods liefde voor zijn kinderen zit nog veel dieper ‘ingedrukt’ dan het beste van onze vervagende herinneringen. In feite kan God ze niet eens vergeten. Dat is wat de Israëlieten nodig moesten horen, toen ze in hun ballingschap het gevoel hadden dat God hen verlaten had (Jes. 49:14). Zijn antwoord door Jesaja was zonder meer duidelijk: ‘Ik vergeet jou niet’ (vs. 15). Gods belofte om voor zijn volk te zorgen was zekerder dan de liefde van een moeder voor haar kind.

Om hen te verzekeren van zijn onveranderlijke liefde, gaf God een beeld van zijn toewijding: ‘Ik heb je in mijn handpalm gegrift’ (vs. 16). Wat een prachtig beeld van Gods doorlopende besef van zijn kinderen. Hun namen en gezichten heeft Hij altijd voor zich.

Ook vandaag nog kunnen we ons vergeten voelen, of over het hoofd gekeken. Wat een troost om te bedenken dat we op Gods handpalm ‘gegrift’ staan, dat er altijd aan ons gedacht wordt, dat onze Vader voortdurend voor ons zorgt.