Een zekere parfum-specialiste beweert dat ze bepaalde combinaties van geuren kan reuken, en dan weet welke parfumeur er achter een bepaald geurtje zit. Ze ruikt er even aan en zegt dan: ‘Dat is het werk van die en die.’

In zijn brief aan de volgelingen van Jezus in Korinte gebruikt Paulus op een zeker moment een voorbeeld dat hen herinnerd moeten hebben aan het gebruik van het Romeinse leger om in een stad die het veroverd heeft overal wierook te branden (2 Kor. 2:14) Eerst reed de generaal de stad binnen, waarna zijn eigen troepen en ten slotte het overwonnen leger kwamen. Voor de Romeinen betekende wierook de geur van de overwinning; voor de gevangenen betekende het vaak de dood.

Paulus schreef dat we voor God als wierook zijn, de aangename geur van Jezus’ overwinning op de zonde. God heeft ons de geur van Christus zelf gegeven, zodat we een heerlijk geurend lofoffer kunnen worden. Maar hoe moeten we leven om deze aangename geur naar de mensen om ons heen te verspreiden? We kunnen gulheid en liefde tonen en het evangelie met anderen delen zodat ook zij de weg naar de verlossing kunnen vinden. We kunnen de Geest de ruimte geven om zijn gaven van liefde, vreugde en barmhartigheid te laten zien (Gal. 5:22-23).

Is het zo dat anderen ons opmerken, en zeggen: ‘Dat is het werk van Jezus’? Laten we Hem zijn geur door ons heen verspreiden, doordat we anderen over Hem vertellen? Hij is de opper-parfumeur, verantwoordelijk voor de heerlijkste geur die er ooit zal zijn.