Een van mijn lievelingsprogramma’s op de tv is The Amazing Race. Dit is een realityshow waarin tien echtparen naar het buitenland worden gestuurd en met de trein, bus, taxi, fiets en benenwagen van halte naar halte moeten racen om hun instructies voor de volgende uitdaging op te halen. Het doel is om als eerste echtpaar een bepaalde plek te bereiken, om de hoofdprijs van een miljoen dollar in de wacht te kunnen slepen.

De apostel Paulus vergeleek het leven van een christen met een race, en gaf toe dat hij zelf de finish nog niet gehaald had: ‘Broeders en zusters, ik beeld me niet in dat ik het al heb bereikt, maar één ding is zeker: ik vergeet wat achter me ligt en richt me op wat voor me ligt. Ik ga recht op mijn doel af: de hemelse prijs waartoe God mij door Christus Jezus roept’ (Fil. 3:13-14). Paulus keek niet achterom en liet zich door zijn vroegere mislukkingen en de bijbehorende schuldgevoelens niet tegenhouden. Evenmin liet hij toe dat zijn successen van het moment hem zelfgenoegzaam maakten. Hij bleef zich op het doel richten, namelijk om steeds meer op Jezus te gaan lijken.

Dat is een wedstrijd die ook wij moeten lopen. In weerwil van onze vroegere mislukkingen en successen willen we blijven doorgaan naar het uiteindelijke doel om meer op Jezus te lijken. We racen niet voor een aardse prijs, maar voor de hoogste beloning: om voor eeuwig bij Hem te zijn.