Auteurs

View All

Artikelen door Arthur Jackson

Gevangen maar niet stil

Het was de zomer van 1963. Na een lange busrit die de hele nacht duurde, stapte burgerrechten-activiste Fannie Lou Hamer met zes andere zwarte passagiers uit om wat te eten in Winona, in Mississippi. Politie-agenten dwongen hen om weer te vertrekken en ze werden gearresteerd en in de gevangenis gegooid. De vernedering bleef echter niet beperkt tot deze onrechtmatige arrestatie. Alle zeven werden ze flink in elkaar geslagen, Fannie nog het ergst. Ze kreeg het zo zwaar te verduren dat ze het bijna niet overleefde, maar ze barstte uit in een lied: ‘Paus en Silas was bound in jail, let my people go.’ En ze zong niet in haar eentje. Andere gevangen die fysiek gebonden waren maar van wie de geest nog altijd vrij was, zongen met haar mee.

Gods verbazingwekkend goede handen

Toen het vliegtuig twintig minuten onderweg was van New York naar San Antonio, veranderde het vluchtplan en brak er chaos uit. Een van de motoren van het vliegtuig had het begeven en puin van de motor sloeg tegen een raampje, waardoor de druk in de cabine wegviel. Triest genoeg raakten verschillende passagiers gewond, en een van hen vond zelfs de dood. Als er geen kalme, uiterst capabele piloot (getraind als straaljagerpiloot bij de marine) in de cockpit had gezeten, had de tragedie nog veel groter kunnen zijn. Een kop die op de voorpagina van de krant verscheen, luidde: ‘In verbazingwekkend goede handen.’

Tweede adem

Toen ik vierenvijftig was, deed ik mee aan de marathon van Milwaukee. Daarbij stelde ik mezelf twee doelen: de eindstreep halen, en dat in minder dan vijf uur. Ik zou een fantastische tijd hebben neergezet, als de laatste twintig kilometer even vlot waren gegaan als de eerste. Maar het was een gruwelijke wedstrijd en de ‘tweede adem’ waarop ik gehoopt had was ver te zoeken. Toen ik over de finish ging, was mijn vaste tred veranderd in een pijnlijk gestrompel.

Heldere lichten

In 2015 waren we met een groep van onze kerk in Mathare, een van de sloppenwijken van Nairobi in Kenia. Het was een ervaring die ons weer met beide benen op de grond zette. We bezochten een school met stoffige vloeren, roestende metalen wanden en oude houten schoolbankjes. Maar in deze zeer eenvoudige, armoedige omgeving was er één persoon die eruit sprong.

Gestempeld door oma

Ze had een lange naam, maar het aantal jaren dat ze leefde was nog langer. Madeline Harriet Orr Jackson Williams werd 101 jaar oud. Tijdens haar leven heeft ze twee echtgenoten begraven, die beiden predikant waren. Madeline was mijn grootmoeder en we kenden haar als Momma. Mijn broers, zussen en ik kenden haar heel goed. We woonden bij haar in huis tot haar tweede man haar bij ons weghaalde. Zelfs daarna woonde ze op nog geen tachtig kilometer bij ons vandaan. Onze oma was een zingende, pianospelende, Godvrezende vrouw die de catechismus nog uit haar hoofd kende, en wij kleinkinderen zijn sterk gestempeld door haar geloof.

Hij houdt je bij de hand vast

Het kleine meisje dat op een zondag de trap in de kerk af klom, was schattig en onafhankelijk, een pittig ding. Ze was misschien maar twee jaar oud, maar tree voor tree daalde ze af naar een lager niveau. Haar missie was om de trap af te klimmen, en dat deed ze. In stilte glimlachte ik terwijl ik nadacht over de durf en zelfstandigheid van deze moedige peuter. Ze kende geen vrees, want ze wist dat haar moeder haar liefdevol in de gaten hield, en klaarstond om haar een helpende hand toe te steken, mocht dat nodig zijn. Een mooi beeld voor de Heer, die altijd klaarstaat om zijn kinderen te helpen terwijl ze hun weg vinden in dit leven vol onzekerheden.

Leven met het licht aan

Voor een werkopdracht was ik met een collega bijna vierhonderd kilometer van huis, en het was al laat toen we aan de terugreis begonnen. Nu ik ouder wordt en mijn ogen wat minder zijn, vind ik in het donker rijden minder prettig. Toch bood ik aan om als eerste een stuk te rijden. Ik pakte het stuur beet en staarde intensief naar de slecht verlichte wegen. Onder het rijden merkte ik dat ik beter kon zien wanneer een andere auto achter me reed en de weg vóór mij verlichtte. Ik was blij toen mijn collega na een tijd het stuur overnam. En dat was het moment waarop hij erachter kwam dat ik de hele tijd alleen met mistlampen aan gereden had.

Aanbidden met vragen

Of de reis nu lang of kort duurt, als je met een groep reist, vraagt er altijd wel iemand: ‘Zijn we er al?’, of ‘Hoe lang moeten we nog?’ Wie heeft deze eeuwig terugkerende vragen niet gehoord uit de mond van kinderen of ouderen die graag zo snel mogelijk op hun bestemming willen aankomen?

Van de Heer

Je hoeft er weinig moeite voor te doen om te zien dat het tegenwoordig in is om een tatoeage te laten zetten. Soms is hij zo klein dat hij nauwelijks opvalt. Anderen, van sporters tot acteurs en ‘gewone’ mensen, kiezen ervoor om hele lichaamsdelen met gekleurde afbeeldingen en woorden te bedekken. Het lijkt erop dat deze trend alleen maar toeneemt: de tatoeage als blijvend onderdeel van onze cultuur.

Veilig in zijn armen

Het weer buiten zag er dreigend uit en op mijn mobiel verscheen een waarschuwing voor mogelijke plotselinge overstromingen. Een ongebruikelijk groot aantal auto’s stond in onze buurt geparkeerd; een groot aantal ouders en anderen stond te wachten bij de halte van de schoolbus, waar ze hun kinderen zouden oppikken. Tegen de tijd dat de bus arriveerde was het gaan regenen. Op dat moment zag ik een vrouw uit haar auto stappen en een paraplu uit de kofferbak pakken. Ze liep naar een klein meisje en zorgde ervoor dat die door de paraplu tegen de regen beschermd werd tot ze bij de auto waren. Een mooi ‘levend’ plaatje van ouderlijke zorg en bescherming, dat me deed denken aan de manier waarop de hemelse Vader voor ons zorgt.

Luisteren naar je broer

‘Je moet naar me luisteren. Ik ben je broer!’ Dat waren de woorden van een bezorgde oudere broer in onze buurt, gericht aan een jonger broertje dat zich verder van hem af begaf dan hem lief was. Het oudere kind was duidelijk beter in staat om in te schatten wat in die situatie het verstandigst was.

Overeind blijven

Het was een ijskoude winterdag, en ik dacht eraan hoe ik van mijn warme voertuig zo snel mogelijk in een warm gebouw kon komen. Het volgende moment lag ik op de grond met mijn knieën naar binnen gedraaid en min onderbenen naar buiten. Ik had niets gebroken, maar had wel veel pijn. Die pijn zou met het verstrijken van de tijd nog veel erger worden. Het zou nog weken duren voor ik weer helemaal genezen was.

We gebruiken cookies voor een betere brows-ervaring. Door deze website te blijven gebruiken stemt u hiermee in. Hier vind u meer informatie over ons gebruik van cookies en hoe u ze kunt uitschakelen.