Auteurs

View All

Artikelen door Bill Crowder

Een dankbare houding

In het land waar ik vandaag kom kunnen de winters meedogenloos zijn, met temperaturen ver onder de nul en sneeuw waar geen einde aan komt. Op een zekere bitter koude dag was ik voor de zoveelste keer sneeuw aan het scheppen, toen de postbode langskwam. Hij hield even pauze en vroeg hoe het met me ging. Ik zei dat ik een hekel had aan de winter en alle sneeuw nu wel zat was. Daarna merkte ik op dat zijn werk in deze extreme weersomstandigheden wel erg zwaar moest zijn. Zijn antwoord: ‘Jawel, maar ik heb tenminste werk. Zat mensen hebben niet eens een baan. Ik ben dankbaar dat ik kan werken.’

De goedkeuring van één

Toen de legendarische componist Guiseppe Verdi een jongeman was, kende hij een sterk verlangen naar goedkeuring dat hem naar het succes dreef. Warren Wiersbe schreef over hem: ‘Toen Verdi in Florence zijn eerste opera uitvoerde, stond de componist zelf in de coulissen en hield hij zijn blik gericht op één enkele man in het publiek. Dat was de grote Rossini. Verdi gaf er niets om of de mensen in de zaal hem toejuichten of uitjouwden; het enige waar hij op uit was, was een goedkeurende glimlach op het gezicht van de meestermusicus.’

Staal en fluweel

De dichter Carl Sandburg schreef het volgende over de vroege Amerikaanse president Abraham Lincoln: ‘Het gebeurt niet vaak dat een man op de wereld verschijnt die zowel van staal als van fluweel is (. . .) die in zijn hart en denken de paradox vertoont van een verschrikkelijke storm en een onuitspreekbare en volmaakte vrede.’ Staal en fluweel, die woorden zijn van toepassing op de manier waarop Lincoln de macht van zijn positie in evenwicht hield door de aandacht voor personen die naar vrijheid snakten.

Voor liefde of geld

Van de Ierse dichter Oscar Wilde is de uitspraak bekend: ‘Toen ik jong was dacht ik dat geld het allerbelangrijkste van het leven is; nu ik oud ben, weet ik dat het zo is.’ Dit was een lichtelijk ironische opmerking van hem, wat hij is maar 46 jaar oud geworden. Wilde begreep heel goed dat het in het leven niet om geld draait.

Voetbal en herders

Een intrigerend element van (in het bijzonder het Engelse) voetbal is het clublied dat de supporters aan het begin van een wedstrijd zingen. Deze liederen variëren van een nadruk op pret (‘Glad All Over’) tot merkwaardig (‘I’m Forever Blowing Bubbles’) en verrassend. Zo is ‘Psalm 23’ het clublied van West Bromwich Albion. De tekst van de psalm verschijnt op de façade aan de binnenkant van het stadion van de club. Aan iedere bezoeker die naar de ‘West Brom Baggies’ komt kijken, wordt verhaald van de zorg van de grote, goede Herder der herders.

Helder communiceren

Tijdens een reis in Azië begaf mijn iPad het opeens, waarop ik al mijn leesmateriaal en allerlei werkdocumenten had staan, het zogenaamde ‘zwarte scherm van de dood’. Ik zocht een computerwinkel op, waar ik tegen nog een ander probleem aanliep. Ik spreek geen Chinees, en de computerdeskundige in de zaak verstond geen Engels. Om dit op te lossen haalde hij een programma op waarin hij in het Chinees kon schrijven, terwijl ik wat hij typte in Engels kon lezen. Omgekeerd werkte het ook: wat ik in het Engels intypte, kon hij in het Chinees lezen. Dankzij dit programma konden we prima met elkaar communiceren, zelfs al spraken we verschillende talen.

Kom van tranen

In de Amerikaanse stad Boston is er een gedenkplaat die heet ´Crossing the Bowl of Tears´, ´Oversteken van de kom van tranen´. Hiermee worden herdacht de mensen die de oversteek over de Atlantische Oceaan maakten om aan de dood te ontsnappen na de rampzalige hongersnood in Ierland halverwege de negentiende eeuw. Bij die ramp kwam meer dan een miljoen mensen om, en waagde nog eens een miljoen of meer de oversteek over de oceaan, die de dichter John Boyle O’Reilly de poëtische bijnaam de ‘kom van tranen’ gaf. Gedreven door honger en ellende zochten ze wanhopig naar hoop in die donkere jaren.

Verteerd worden

In zijn boek The Call beschrijft Os Guinness een moment waarop Winston Churchill met vrienden in Zuid-Frankrijk vakantie hield. Op een koude avond zat hij bij een haardvuur om zich te warmen. Terwijl hij naar de vlammen staarde, zag de vroegere premier houtblokken die ‘kraakten, sisten en spuugden terwijl ze brandden. Opeens gromde hij met zijn bekende stem: “Ik weet waarom houtblokken spugen. Ik weet wat het is om verteerd te worden”’.

De grootste reddingsoperatie ooit

Op 18 februari 1952 brak de tanker SS Pendleton op een kleine twintig kilometer van de kust van Massachusetts tijdens een zware storm doormidden. Meer dan veertig bemanningsleden zat vast in de zinkende achtersteven van het schip, dat door zware winden en harde golven geteisterd werd.

Een veilige plek

Mijn broer en ik zijn opgegroeid in en bosrijk heuvelgebied in West Virginia, een bijzonder vruchtbare omgeving voor onze fantasie. We slingerden aan klimplanten als Tarzan en bouwden boomhutten alsof we de Zwitserse Familie Robinson waren. We speelden scènes na uit de boeken die we lazen en de films die we gezien hadden. Een van onze favoriete bezigheden was het bouwen van een fort waarin we konden spelen dat we volkomen veilig waren. Jaren later maakten mijn eigen kinderen forten van dekens, lakens en kussens. Zo bouwden ze hun eigen ‘veilige plek’ tegen denkbeeldige vijanden. Kennelijk is dat iets waar je instinctief naar verlangt: een schuilplaats waar je je veilig voelt en op je gemak.

Gevaarlijke afleiding

Kunstenaar Sigismund Goetze choqueerde het Victoriaanse Engeland met een schilderij getiteld ‘Door mensen veracht en afgewezen’. Daarin was de lijdende, veroordeelde Jezus te zien, omringd door mensen uit Goetzes’ eigen tijd. Allemaal werden ze zo in beslag genomen door hun eigen belangen en bezigheden (in de zaken, de liefde of de politiek) dat de offerdood van de Redder hun totaal voorbijging. De onverschillige massa had er (net als de mensen in Jezus’ eigen tijd) geen idee van wat (of wie) ze misten.

Compassie-moe

Anne Frank is over de hele wereld bekend dankzij haar dagboek uit de oorlogsjaren. Tijdens haar laatste maanden in een vernietigingskamp zei men over haar dat ‘haar tranen [om hen] nooit opdroogden’, waardoor ze ‘een zegen was voor iedereen die haar kende’. Deze omschrijving bracht de geleerde Kenneth Bailey tot de conclusie dat Anne blijkbaar geen moment last had van ‘compassie-moeheid’ (oftewel ‘compassion fatigue’).

We gebruiken cookies voor een betere brows-ervaring. Door deze website te blijven gebruiken stemt u hiermee in. Hier vind u meer informatie over ons gebruik van cookies en hoe u ze kunt uitschakelen.