Auteurs

View All

Artikelen door David H. Roper

Een vriend zijn

De dichter Samuel Foss schreef: ‘Laat mij aan de kant van de weg wonen en een vriend voor de mensen zijn’ (in ‘The House by the Side of the Road’). Dat wil ik ook zijn: een vriend voor de mensen. Ik wil langs de weg staan om vermoeide reizigers op te wachten. Om uit te zien naar mensen die door anderen gekwetst en bont en blauw geslagen zijn, die de last van een verwond en gedesillusioneerd hart met zich meedragen. Hen verfrissen en koesteren en met een bemoedigend woord weer op weg sturen. Misschien kan ik hun problemen niet oplossen, maar ik kan hun wel een zegen meegeven.

Voor altijd geliefd

Het is vrijwel onmogelijk om een dag door te komen zonder dat je op de een of andere manier afgesnauwd, genegeerd of op je plek gezet wordt. En soms doe je dat vooral jezelf aan.

Godliman Street

Samen met mijn vrouw Carolyn liep ik door Londen, toen we bij een straat kwamen die Godliman Street heette. Daar hoorden we van iemand dat daar eens een man leefde die zo vroom (‘godly’) was, dat de straat in de volksmond ‘that godly man’s street’ genoemd werd. Dit deed me aan een verhaal uit het Oude Testament denken.

Gegrinnik in het donker

In een artikel in de Washington Post getiteld ‘Tech Titans’ Latest Project: Defy Death’ schreef Ariana Cha over pogingen van technologiemagnaten als Peter Thilee om manieren te vinden om het leven van de mens tot in het oneindige op te rekken. Het is een project waarvan ze bereid zijn er miljarden in te stoppen.

Begin waar je bent

Vandaag liep ik langs een wei waarin één enkele bloem stond. Met zijn paarse kleur stond hij daar ‘zijn heerlijkheid in de woestijnlucht te verspillen’, om het met een regel uit een gedicht van Thomas Gray te zeggen. Ik weet zeker dat niemand die ene bloem eerder gezien had, en misschien zal hij ook nooit meer door iemand gezien worden. Waarom deze pracht precies op die plek? vroeg ik me af.

Donder en bliksem

Jaren geleden was ik met een vriend op een groep meren aan het vissen, toen het begon te regenen. We schuilden in een bosje met hoge espen aan de oever, maar de regen hield niet op. Daarom besloten we dat het mooi geweest was en renden we naar de auto. Ik had de deur net open gedaan toen de bliksem met een enorme vuurbal in het bosje espen insloeg. Bladeren en bast werd weggebrand en een aantal takken bleef rokend achter. En toen werd het doodstil.

Willekeurige daden van barmhartigheid

Er wordt wel beweerd dat de Amerikaanse schrijfster Anne Herbert in 1982 op een placemat in een restaurant het volgende zinnetje geschreven heeft: ‘Pleeg willekeurige daden van barmhartigheid en dwaze daden van schoonheid.’ Hoe dat zij, in ieder geval is het een gedachte die in film en literatuur gepopulariseerd is en in Amerika een soort vaste uitdrukking geworden is.

Een kort slaapje

Henry Durbanville, een Schotse predikant uit een andere tijd, vertelde een verhaal over een oudere vrouw in zijn gemeente die op een afgelegen plek in Schotland woonde. Ze wilde graag een keer naar de stad, naar Edinburgh, maar durfde de reis niet goed aan vanwege de lange, donkere tunnel waar de trein doorheen moest om daar te komen.

Onophoudelijke vriendelijkheid

Als kind verslond ik de boeken uit de serie Land of Oz van L. Frank Baum. Laatst kwam ik een exemplaar van het deel Rinkitink in Oz tegen met alle originele afbeeldingen. Ik moest weer lachen om de capriolen van de onverstoorbare, goedgeluimde Koning Rinkitink met zijn nuchterheid en goede hart. De jonge Prins Inga beschreef hem het beste: ‘Zijn hart is vriendelijk en zachtmoedig, en dat is veel beter dan wijsheid.’

De Rode Pluim

Een paar jaar geleden kwam ik in een werk uit de derde eeuw na Christus een passage over vistechniek tegen die ik u niet wil onthouden. In zijn in het Grieks geschreven werk Over de aard van de dieren noteerde de Romeinse auteur Aelianus het volgende: ‘Tussen Boroca en Tessalonika loopt een rivier die de Astracus heet, waarin vissen met een gevlekte huid zitten [forellen].’ Vervolgens beschreef hij hoe de plaatselijke bewoners te werk gingen om deze vissen te vangen, namelijk met ‘een strik voor de vissen. Ze bevestigden wat karmozijnrode wol aan een haak, met twee veren eraan. Dan gooiden ze strik, de vis wordt aangetrokken door de kleur en komt naar boven in de hoop op een lekker hapje.’

Een moeilijke berg

Hoog in de bergen die ten noorden van onze stad liggen, bevindt zich een bevroren meer. De route naar dat meer gaat omhoog langs een steile, kale bergrug bezaaid met stenen en rotsblokken. Het is zeker geen gemakkelijke klim.

Herinneringen

Numeri 33 is zo’n hoofdstuk van de Bijbel waar je snel doorheen leest zonder lang bij de inhoud stil te staan. Het lijkt weinig meer te bevatten dan een lange opsomming van plaatsen waar Israël de tenten opsloeg tijdens hun tocht van Rameses in Egypte naar de vlakte van Moab. Toch moet het wel belangrijker zijn dan het op het eerste gezicht lijkt. Het is het enige gedeelte van het boek Numeri dat begint met de woorden ‘op bevel van de HEER heeft Mozes de plaatsen [. . .] genoteerd’ (vers 2).

We gebruiken cookies voor een betere brows-ervaring. Door deze website te blijven gebruiken stemt u hiermee in. Hier vind u meer informatie over ons gebruik van cookies en hoe u ze kunt uitschakelen.