Categorie  |  Ons Dagelijks Brood

Oneindige schoonheid

Ik geniet er altijd zeer van om over de Grand Canyon uit te kijken. Elke keer dat ik bovenaan de rand ervan sta, zie ik weer adembenemende nieuwe penseelstreken van Gods kunstwerk.

Yes, we can!

Ik schrok op van een hard krakend en tikkend geluid. Meteen wist ik wat er aan de hand was, en ik rende naar de keuken. Ik had niet goed nagedacht en het koffie-apparaat aangezet zonder dat er water in zat. Ik trok de stekker eruit en trok de kan aan het handvat uit het apparaat. Daarna voelde ik aan de bodem van de kan om te zien of hij niet te heet was om hem op het aanrecht te zetten. Het gevolg was dat ik mijn vingertoppen flink verbrandde.

Wat stenen kunnen zeggen

Vele eeuwen van oorlog en verwoesting hebben ervoor gezorgd dat de moderne stad Jeruzalem letterlijk op zijn eigen puinhopen gebouwd is. Tijdens een familiebezoek liepen we over de Via Dolorosa (de ‘weg der smarten’), de route waarvan de traditie zegt dat Jezus die op weg naar zijn kruis gelopen is. Het was een hete dag, daarom hielden we pauze in de koele gewelven onder het Klooster van de Zusters van Sion. Daar werd ik getroffen door oud plaveisel dat tijdens een recente verbouwing opgegraven was. Het bestond uit stenen waarin spellen gegraveerd waren die de Romeinse soldaten speelden wanneer ze niks te doen hadden.

Onzichtbare invloed

Toen ik eens in de National Gallery of Art in Washington was, zag ik een schilderij dat ‘De wind’ heette. Op dit kunstwerk was te zien hoe een storm over een landschap met bomen trok. Hoge dunne bomen helden naar links over. Ook struiken bogen die kant op.

Kamer 5020

Jay Bufton veranderde van zijn ziekenhuiskamer in een vuurtoren, een baken van licht.

Zorg voor de schepping

In de Owyhee-rivier planten de ‘grote bruinen’ zich voort: bruine forellen beginnen in de herfst daar hun voortplantingsritueel. Je kunt zien hoe ze in de kiezelige bodem hun nest uitgraven.

Vastgehouden door God

Toen ik een keer bij mijn zus en haar kinderen lunchte en we bijna klaar waren met eten, zei mijn zus tegen Annica van drie dat het tijd was om een slaapje te gaan doen. Paniek verscheen op het gezicht van mijn nichtje. ‘Maar tante Monica heeft me vandaag nog niet vastgehouden!’ wierp ze tegen, terwijl de tranen in haar ogen opwelden. Met een glimlach zei mijn zus: ‘Oké, zij mag je eerst nog even vasthouden. Hoeveel tijd heb je nodig?’ ‘Vijf minuten,’ antwoordde ze.

Een nieuwe naam

In een artikel getiteld ‘Leading by Naming’ (‘leidinggeven door namen te geven’) schreef Mark Labberton over de kracht van een naam. Hij zei: ‘Ik voel nog wat het met me deed toen een muzikale vriend van me mij op een dag “muzikaal” noemde. Dat had nog nooit iemand gedaan. Ik speelde niet echt een bepaald instrument. Ik kon helemaal niet zo goed zingen. En toch . . . voelde ik me ineens gekend en geliefd . . . Hij had iets dat diep in me zat herkend, en zijn waardering ervoor uitgesproken.’

De goede herder

Samen met mijn man zat ik zenuwachtig te in de wachtkamer van het ziekenhuis. Onze jongste zoon onderging een correctieve oogoperatie, en mijn maag deed pijn van de bezorgdheid en angst. Ik probeerde te bidden, en vroeg God me zijn rust te geven. Terwijl ik mijn bijbeltje doorbladerde, moest ik aan Jesaja 40 denken. Ik sloeg het bekende gedeelte op en vroeg me af of mij nog iets nieuws zou opvallen.

Gevleugelde zon

Vijf jaar lang lag een oud kleizegel onopgemerkt in een kast in het Archeologisch Instituut van Jeruzalem. Toen het aan de voet van het zuidelijke deel van de oude stadsmuur van Jeruzalem opgegraven werd, bracht een eerste onderzoek niet aan het licht hoe bijzonder het bijna drieduizend jaar oude voorwerp was. Later onderwierp een archeoloog de letters op het zegel aan een nauwkeurig onderzoek, en bleek het om een grote ontdekking te gaan. De oud-Hebreeuwse inscriptie luidde: ‘Behoort toe aan Hizkia [zoon van Achaz] koning van Juda’.

Wakker worden!

Ik heb een periode gekend waarin ik veel moest reizen en iedere nacht in een andere stad sliep. Dan zorgde ik er altijd voor dat de wekservice me op tijd wakker zou maken. Naast een eigen wekkertje had ik altijd het gerinkel van een telefoon nodig om op tijd wakker te worden.

Van wormen tot oorlog

Het was de eerste keer dat Cleo van tien ging vissen. Toen hij naar het bakje met het aas keek, leek hij te aarzelen. Ten slotte zei hij tegen mijn man: ‘Help me, I-B-B-W.’ Mijn man vroeg wat eraan scheelde, en Cleo zei: ‘I-B-B-W! Ik ben bang voor wormen.’ Door zijn angst kon hij niet aan de slag.