Categorie  |  Ons Dagelijks Brood

Op de tijd letten

‘Westerlingen hebben een horloge. Afrikanen hebben de tijd’, zegt Os Guinness in zijn boek Impossible People, met een citaat van een Afrikaans spreekwoord. Hierdoor ging ik nadenken over al die keren waarop ik een of ander verzoek met de volgende woorden beantwoordde: ‘Sorry, geen tijd.’ Ik dacht na over de tirannie van het urgente, en de mate waarin agenda’s en deadlines mijn leven beheersen.

Elke seconde telt

Toen ik Ada voor het eerst ontmoette had ze al haar leeftijdgenoten en familieleden overleefd, en woonde ze in een verzorgingstehuis. ‘Dat is het moeilijkst aan ouder worden,’ vertelde ze. ‘Dat je ziet dat iedereen weggaat, en jij alleen achterblijft.’ Op een dag vroeg ik haar wat ze zoal deed en wat haar bezighield. Als antwoord haalde ze een uitspraak van de apostel Paulus aan: ‘Want voor mij is leven Christus en sterven winst’ (Fil. 1:21). Ze ging verder: ‘Zolang ik er nog ben heb ik een taak. Als het een beetje gaat, praat ik met de mensen hier over Jezus. Als het wat minder gaat, kan ik altijd nog bidden.’

Een oordeel dat mank gaat

Hoe snel oordeel ik over iedereen die ik op straat zie lopen, die alleen maar oog voor zijn mobiel heeft. Hoe bestaat het dat iemand totaal niet op de omgeving let? Ziet hij de auto’s niet die hem bijna aanrijden?, denk ik dan. Kan het hem niet schelen dat hij zichzelf en anderen in gevaar brengt? Maar op een dag stak ik de uitgang van een steeg over en was ik zo verdiept in een berichtje dat ik las, dat ik de auto niet zag die juist de steeg uitkwam. Gelukkig zag de chauffeur mij wel en kon hij op tijd stoppen. Maar ik schaamde me kapot. Ik zag maar weer eens hoe wáár het is: als je met één vinger naar een ander wijst, wijzen er drie naar jezelf. Ik had mensen veroordeeld om iets wat ik zelf ook deed.

Zegen in de puinhoop

Ik heb deze puinhoop zelf veroorzaakt, dus moet ik er ook zelf weer uitkomen. Dat is een gedachte die zo af en toe bij me opkomt. Ik geloof in een genadig God, maar heb toch vaak de neiging om te doen alsof zijn hulp er alleen voor je is als je het verdient.

Onze toevlucht

Mijn eerste baantje had ik in een fastfoodrestaurant. Op een zaterdagavond bleef een zekere jongen in de zaak rondhangen en vroeg me wanneer ik klaar was met werken. Ik voelde me er niet prettig bij. Het werd steeds later, en hij bestelde wat frietjes en weer later wat te drinken, zodat hij niet weggestuurd zou worden. Ik woonde er niet ver vandaan, maar durfde toch niet in mijn eentje naar huis te lopen, langs een paar donkere parkeerplaatsen en een lege zandvlakte. Toen ik om middernacht klaar was, liep ik het kantoortje binnen en pakte de telefoon.

Zoals beloofd

Toen we een paar dagen vrij waren, schreven mijn man en ik ons in voor een rustig raftingtochtje over de Chattahoocheerivier in Georgia. Gekleed in sandalen, een zomers jurkje en een breedgerande hoed moest ik wel even kreunen toen we erachter kwamen dat de tocht ook over enkele stroomversnellingen zou gaan. Dat hadden ze in de advertentie niet gezegd! Gelukkig was er een stel bij dat veel ervaring had in wildwaterraften. Ze leerden mijn man wat basisprincipes van het peddelen, en beloofden ons veilig naar onze bestemming te navigeren. Ik was maar wat dankbaar voor het zwemvest dat ik aan had, en schreeuwde erop los en hield me stevig vast aan het plastic handvat. Ik werd pas weer rustig toen we het modderige, traag stromende gedeelte van de rivier bereikt hadden. Ik stapte op de kant en liet het water uit mijn handtas stromen, terwijl mijn man me hielp om de onderkant van mijn drijfnatte jurk uit te wringen. De tocht had anders uitgepakt dan de advertentie had aangegeven, maar we konden er samen wel om lachen.

‘De liefste!!!’

Die uitroep kwam van mijn dochter, toen ze zich op een ochtend aan het aankleden was. Ik had geen idee wat ze daarmee bedoelde. Toen klopte ze op haar trui, een die ze van een nichtje gekregen had voor wie hij te klein geworden was. Dwars over de voorkant stond met grote letters ‘De liefste!!!’ gedrukt. Ik gaf haar een knuffel en ze lachte van pure blijdschap. ‘Jij bent de liefste!’, zei ik om het nog eens te onderstrepen. Ze keek zo mogelijk nog vrolijker en huppelde weg terwijl ze het steeds weer herhaalde: ‘De liefste.’

Omgaan met kritiek

Ik maak deel uit van een team dat een jaarlijks evenement in onze gemeenschap organiseert. Elf maanden lang zijn we druk met allerlei details om ervoor te zorgen dat het een succes wordt. We stellen datum en plaats vast. We bepalen de toegangsprijs. We kiezen wie we voor van alles vragen, van geluidstechnici tot houders van voedselkraampjes. Wanneer het evenement naderbij komt, beantwoorden we vragen van de media en maken we een routebeschrijving. Naderhand verzamelen we feedback. Soms is die goed. Soms is het erg kritisch. Als team horen we enthousiaste geluiden terug, maar noteren we ook de klachten die binnenkomen. Negatieve feedback is soms ontmoedigend; dan heb je wel eens de neiging om het bijltje erbij neer te gooien.

Nederige liefde

Als jongeman stelde Benjamin Franklin een lijst op van twaalf deugden waarin hij in de loop van zijn leven wilde groeien. Hij liet hem aan een vriend zien, die voorstelde dat hij er ook ‘nederigheid’ aan toe zou voegen. Dat vond Franklin wel een goed idee. Daarna schreef hij bij elke deugd wat richtlijnen om hem ermee te helpen. Bij ‘nederigheid’ noemde hij bijvoorbeeld dat hij het voorbeeld van Jezus zou proberen na te volgen.

Geroepen bij je naam

Adverteerders zijn tot de conclusie gekomen dat de aandacht van kijkers het sterkst getrokken wordt wanneer ze hun eigen naam zien langskomen. Er is dan ook een Brits tv-kanaal dat via zijn online-streamingservices gepersonaliseerde reclames gebruikt.

Vaderlijke raad

Toen ik mijn baan als redacteur kwijtraakte, vroeg ik God om hulp om een andere te vinden. Weken gingen voorbij, maar al mijn pogingen tot netwerken en solliciteren liepen op niets uit. Ik zette een pruillip op, en zei tegen de Heer: ‘Weet u dan niet hoe belangrijk het voor mij is om een baan te hebben?’ Uit protest tegen mijn onverhoorde gebeden sloeg ik mijn armen over elkaar.

Warm welkom

‘Wie moet er nu iedereen een knuffel geven?’