Onze beste vriend
Toen ik twaalf was, verhuisde ons gezin naar een stad die midden in de woestijn lag. Als we in de hete lucht op mijn nieuwe school gymles hadden gehad, renden we naar de kraan om te drinken. Omdat ik wat klein en mager was voor mijn leeftijd, werd ik wel eens opzij geduwd terwijl ik in de rij stond te wachten. Op een dag zag mijn vriend Jose, die juist sterk en groot voor zijn leeftijd was, dat dit weer gebeurde. Hij ging voor me staan en stak zijn sterke arm uit om voor mij de weg vrij te maken. ‘Hé,’ riep hij, ‘laat Banks nu eerst drinken!’ Daarna had ik nooit meer moeite om op mijn beurt bij de kraan te komen.
Een geloofsreis
Sinds de eerste uitgave in 1880 is er geen moment geweest waarop het boek Ben-Hur: A Tale of the Christ van Lew Wallace niet herdrukt werd. Het wordt wel het meest invloedrijke christelijke boek van de negentiende eeuw genoemd. Tot op de dag van vandaag wordt het veel gelezen, dit verhaal waarin ware gebeurtenissen uit het leven van Jezus gecombineerd worden met dat van een fictieve jonge Joodse edelman genaamd Judah Ben-Hur.
Een herder voor het leven
Toen onze zoon op school van klas veranderde, riep hij: ‘Ik wil mijn juf heel mijn leven houden!’ Hij had er wat hulp bij nodig om te begrijpen dat het nu eenmaal bij het leven hoort, dat je geregeld van juf of meester wisselt. Je kunt je zelfs afvragen of er überhaupt een relatie is die je hele leven kan blijven.
Godliman Street
Samen met mijn vrouw Carolyn liep ik door Londen, toen we bij een straat kwamen die Godliman Street heette. Daar hoorden we van iemand dat daar eens een man leefde die zo vroom (‘godly’) was, dat de straat in de volksmond ‘that godly man’s street’ genoemd werd. Dit deed me aan een verhaal uit het Oude Testament denken.
Wat is er blijvend?
Een vriend van me, die onlangs door allerlei moeilijkheden is heengegaan, schreef: ‘Als ik over de laatste vier semesters van mijn leven als student nadenk, is er heel veel veranderd . . . Het is om bang van te worden, heel erg bang. Er is niets dat voor altijd blijft.’
Kossi’s moed
Terwijl hij aan de oever van de Mono, een rivier in Togo, stond te wachten om gedoopt te worden, bukte Kossi zich om een oud, versleten houtsnijwerk op te rapen. Zijn familie had het ding generaties lang aanbeden. Nu keken ze toe hoe hij de groteske figuur in het vuur gooide, dat speciaal voor de gelegenheid was aangelegd. Niet langer hoefden ze hun beste kippen aan deze afgod te offeren.
Zijn Woord heeft het laatste woord
Dawson Trotman, een opvallende christelijke leider uit het midden van de twintigste eeuw, oprichter van de Navigators, legde veel nadruk op het belang van de Bijbel voor het leven van een christen. Elke dag sloot Trotman af met een gewoonte die hij ‘Zijn Woord heeft het laatste woord’ noemde. Voor het slapen gaan mediteerde hij op een vers of passage uit de Bijbel, die hij ook uit zijn hoofd leerde, en bad hij voor de plek en invloed die het in zijn leven zou hebben. Hij wilde dat de laatste woorden waarover hij elke dag nadacht, Gods woorden waren.
Een meelevend hart
Met ons zevenen zouden we naar een muziekproductie in een overvol pretpark gaan. We wilden graag bij elkaar zitten, en daarom probeerden we ons samen in één rij te persen. Maar ondertussen duwde een vrouw zich tussen ons in. Toen mijn vrouw tegen haar zei dat wij graag bij elkaar wilden zitten, antwoordde ze ‘jammer dan’ en duwde zich met haar twee metgezellen naar voren in de rij.
Achter de schermen
Mijn dochter stuurde een sms’je naar een vriendin in de hoop snel een antwoord op haar vraag te krijgen. Ze kon op haar telefoon zien dat de ontvanger de boodschap gelezen had, en zat gespannen op een antwoord te wachten. Het duurde helemaal niet lang, maar ze werd onrustig en kreunde van frustratie omdat ze moest wachten. Van geïrriteerd werd ze bezorgd; ze begon zich af te vragen of het uitblijven van een antwoord betekende dat er iets tussen hen in zat. Toen het antwoord eindelijk kwam, merkte mijn dochter tot haar opluchting dat er niets aan de hand was in hun relatie. Haar vriendin had gewoon even wat tijd nodig gehad om de dingen op een rijtje te zetten, voordat ze de vraag beantwoordde.
Wanneer ‘ja’ ‘nee’ betekent
Ik dankte God voor het voorrecht om als mantelzorger bij mijn moeder te zijn tijdens haar strijd tegen leukemie. Toen de medicijnen meer pijn begonnen te veroorzaken dan dat ze hielpen, besloot ze met de behandeling te stoppen. ‘Ik wil niet nog meer lijden,’ zei ze. ‘Mijn laatste dagen wil ik samen met mijn gezin nog een beetje genieten. God weet dat ik er klaar voor ben om naar huis te gaan.’
De mooiste uitnodiging
Laatst ontving ik per e-mail in één week tijd verschillende uitnodigingen. Sommige boden me ‘gratis’ seminars aan over pensionering, onroerend goed, en levensverzekeringen. Deze gooide ik meteen weer weg. Op één uitnodiging reageerde ik evenwel meteen. Hij kwam van een oude vriend, die ik antwoordde: ‘Ja, ik kom!’ Uitnodiging + Verlangen = Aanneming.
Leven en dood
Ik zal nooit het moment vergeten waarop ik bij het bed van de broer van mijn vriendin zat toen hij stierf; het was alsof iets buitengewoons even in het gewone leven doordrong. Met ons drieën zaten we rustig te praten toen we beseften dat Richard opeens moeilijker ademhaalde. We gingen om hem heen staan en keken toe, wachtten en baden. Toen hij zijn laatste adem uitblies, voelde het als een heilig moment. Overal om ons heen voelden we de aanwezigheid van God, terwijl het verdriet om een geweldige man van in de veertig die juist op dat moment overleed, door ons heen ging.