Een schat in de hemel
Als jong meisje zat ik samen met mijn twee zussen graag boven op de grote met cederhout beklede kist van mijn moeder. Daarin bewaarde ze onze wollen truien en het borduuren haakwerk van mijn grootmoeder. Ze hield erg van wat er in de kist zat en ging ervanuit dat de scherpe geur van het cederhout de motten uit de kist weg zou houden, zodat de inhoud veilig bewaard bleef.
Neem de tijd
Rima is een Syrische vrouw die kort geleden naar de Verenigde Staten is gekomen. Met veel handgebaren en in gebrekkig Engels probeerde ze haar mentor uit te leggen waarom ze van streek was. De tranen biggelden over haar wangen, terwijl ze een prachtig opgemaakte schaal met fatayer (hartige taartjes met vlees, kaas en spinazie) liet zien, die ze gemaakt had. Toen zei ze: ‘Eén man.’ Met een sissend geluid wees ze naar de deur van de woonkamer, en daarna weer terug naar de buitendeur. Stukje bij beetje begon de mentor te begrijpen dat een aantal leden van een kerk in de buurt Rima en haar gezin zouden komen opzoeken om elk wat spullen te brengen. Maar slechts één man was komen opdagen. Hij was snel naar binnen gelopen, had een doos met spullen neergezet en was weer weggegaan. Hij was druk met iets, terwijl Rima’s gezin zich alleen voelde en graag meer contact wilde hebben. Ze wilden niets liever dan hun fatayer delen met hun nieuwe vrienden.
Volhouden in vrede
Dwars door mijn worstelingen met de chronische pijn heen blijf ik op God vertrouwen, maar soms voelt zelfs de kleinste tegenslag als een zware aanval van de vijand. Probleem één stompt me van rechts. Probleem twee geeft me een dreun van achteren. Probleem drie geeft me een klap recht in mijn gezicht. Op dat soort momenten, als de kracht me ontglipt en ik geen directe verlichting vind, lijkt het soms het beste om maar weg te vluchten en me zo ver weg mogelijk te verstoppen. Maar omdat ik toch niet aan mijn pijn kan ontkomen, mijn omstandigheden niet kan veranderen en mijn gevoelens niet kan negeren, leer ik langzaam maar zeker om erop te vertrouwen dat God me erdoorheen helpt.
Het land van de grote afstanden
Amy Carmichael (1867-1951) is bekend geworden door haar werk om weesmeisjes in India te redden en een toekomst te geven. Te midden van het uitputtende werk dat ze deed, had ze soms ‘visionaire momenten’ zoals zij ze noemde. In haar boek Gold by Moonlight schreef ze: ‘Midden op een overvolle dag vangen we bijna een glimp op van het “land van de grote afstanden”, en staan we stil, onbeweeglijk op de weg.’
Point of no return
Het was wel iets meer dan zomaar een riviertje oversteken. De wet verbood het elke Romeinse generaal om met een leger naar Rome te trekken. Dus toen Julius Caesar in 49 voor Christus met zijn Dertiende Legioen de Rubicon overstak en Italië binnentrok, kwam het neer op een daad van hoogverraad. De gevolgen van dit besluit van Caesar waren onomkeerbaar en leidden tot een jarenlange burgeroorlog voordat de grote generaal absoluut heerser werd. Nog steeds kennen we de uitdrukking ‘de Rubicon oversteken’ als beeld voor het passeren van een punt waarvan geen terugkeer mogelijk is.
Aan Gods leiding gehoorzamen
In augustus 2015 bereidde ik me voor om naar een universiteit te gaan op een paar uur rijden van waar ik woonde. Ik besefte dat ik na mijn afstuderen waarschijnlijk niet meer naar mijn ouderlijk huis zou terugkeren. De gedachten tolden door mijn hoofd: hoe kan ik hen allemaal achterlaten? Mijn familie niet meer zien, mijn kerk niet meer bezoeken? Hoe moet het als God me naar een andere staat of zelfs een ander land roept?
Gods vingerafdruk
Lygon Stevens had als hobby om samen met haar broer Nick bergen te beklimmen. Ze waren ervaren klimmers, en beiden hadden ze Mt. McKinley beklommen, de hoogste berg van Noord-Amerika. Maar in januari 2008 stortten ze door een sneeuwlawine van een berg in Colorado af. Nick was ernstig gewond, en de twintigjarige Lygon overleefde de val niet. Toen Nick later het dagboek van zijn zus in een van haar tassen aantrof, vond hij de inhoud ervan zeer troostend. Het stond vol met bespiegelingen, gebeden en dankgebeden aan God, zoals uit dit fragment blijkt: ‘Ik ben een kunstwerk met Gods handtekening erop. Maar dat betekent niet dat Hij al klaar is, integendeel: Hij is nog maar net begonnen . . . Ik draag Gods vingerafdruk op me. Er zal nooit een tweede van mij zijn . . . Ik heb een taak in dit leven die niemand anders kan vervullen.’
Staan op de beloften
De broer van mijn vriend (ze waren toen nog jong) wist hun zusje ervan te overtuigen dat een paraplu genoeg draagvermogen had om haar omhoog te laten zweven, als ze maar hard genoeg ‘geloofde’. ‘In geloof’ sprong ze daarom van het dak van een schuur af, en raakte buiten bewustzijn toen ze de grond raakte. Ze hield er een lichte hersenschudding aan over.
Hou het dichtbij
Als ik de bijna twee kilometer naar huis loop nadat ik mijn dochter naar school heb gebracht, geeft me dat een mooie gelegenheid om bijbelverzen uit mijn hoofd te leren. Tenminste, als ik me daartoe ook echt zet. Als ik die tijd gebruik om over teksten uit Gods Woord na te denken, dan merk ik vaak dat ze me later op de dag weer te binnen schieten en me troost en wijsheid geven.
Vóór het begin
‘Maar als God geen begin en geen eind kent en altijd al bestaan heeft, wat deed Hij dan voordat Hij ons schiep? Hoe bracht Hij zijn tijd toen door?’ Als je les aan de zondagsschool of catechisatie geeft, is er altijd wel een vroegrijpe jongere die deze vraag stelt, als je het over het wezen van God hebt. Vroeger luidde mijn antwoord steevast dat het eigenlijk een mysterie was. Maar laatst heb ik ontdekt dat de Bijbel op deze vraag wel degelijk antwoord geeft.
Verandering van perspectief
De stad waar ik woon maakte de strengste winter mee in dertig jaar. Het bleef maar sneeuwen. Ik had spierpijn van het urenlange sneeuwschuiven, maar toen ik weer naar binnen ging, leek het wel of het helemaal niets geholpen had. Ik schopte mijn sneeuwlaarzen uit en voelde de begroeting van het warme haardvuur en mijn kinderen die eromheen zaten. Vanuit de beschutting van mijn huis keek ik naar buiten, en mijn perspectief op hoe het buiten was verschoof in één klap. Niet langer zag ik de overlast en het extra werk dat ik eraan zou hebben, maar dronk ik de schoonheid in van de bevroren takken aan de bomen en de witte deken die over het kleurloze winterlandschap heen lag.
Verlangen naar God
Op een keer was onze dochter bij ons op bezoek met haar zoontje van één. Ik moest voor een boodschap even weg, maar zodra ik de kamer uitliep, begon mijn kleinzoon te huilen. Ik liep terug om hem even wat aandacht te geven, maar toen ik daarna weer weg wilde lopen, gebeurde hetzelfde. Toen ik aanstalten maakte om hem voor de derde keer achter te laten, begon zijn lipje direct weer te trillen. Mijn dochter zei: ‘Pap, waarom neem je hem niet gewoon mee?’